Schrijversonderwerp 4 – 26 mei 2023
|
DEEL 1
T H E B E A T L E S |
||||
|
In een andere toekomstige tekst over The
Beatles en hun ‘Butchers cover’ weid ik uit over een onstuimige kant, waarin The Beatles zich halverwege de jaren
’60 meer hebben laten kennen. Een onstuimigheid waarvan men beweert, dat die het luisterpubliek nogal
wat te denken heeft gegeven. Vooral in Amerika. De oorzaak daarvan zou hebben gelegen in het
gegeven dat het viertal uit Liverpool zich indertijd te vaak geïsoleerd heeft gevoeld in het maken van
muziek en het stukslaan van de tijd in Die ommekeer schijnt door het verschijnsel
‘Beatlemania’ te zijn ontstaan. Voor hen betekende het dat ze uitoefenen, maar waar ze blijkbaar ook fors
werden gedomineerd door intern aanwezige machthebbende partijen, die het viertal garandeerden dat ze
hun uitzonderlijke succesformule als beatband konden vervolgen. Zo was het tijdens fotosessies al
opgevallen, dat The Beatles er echt al meer Met het kakofonische woordenbeeld in rode
letters hieronder haalden The Beatles een ander aspect van onstuimigheid uit hun kast, door
steeds meer met geluid te willen experimenteren. door Phons Bakx |
||||
|
|
||||
|
Beluister klik hier de EEUWIGHEIDSGROEF van Sgt. Pepper… (op drie
verschillende manieren te horen) |
||||
|
Bent
u bekend met de bovenstaande, markante, zich herhalende Engels-aandoende
mantra-klankreeks? Op de Beatles-langspeler «Sgt. Pepper’s Lonely
Heart Club Band» staat op de tweede kant ter afsluiting van de hele elpee een
mini-fragment met een mysterieuze boodschap in de tijdsduur van 1,8 seconde.
Over
dat groefraadsel wil ik (in de hoedanigheid als ‘niche-antropoloog’) graag
iets uitleggen. |
||||
|
Dat geluidsfragment bevindt zich op de plek
waar gewoonlijk de uitleidende spiraalgroef van de grammofoonplaat overgaat
in de sluitlus, precies op de plek waar die
zowel begint als eindigt en waar bij elke ronde de naald heel even over de
minuscule verhoging moet heenhuppelen. Dat sprongetje
van de naald over de groef horen we eigenlijk alleen maar door tussenkomst
van de elektrotechnische versterking van het naaldelement: «K’tj’k..., k’tj’k…,
k’tj’k..., k’tj’k..., k’tj’k…». Goed begrijpen dat het
nog om een tijdvak ging met platenspelers zonder een automatische afslag. Oud-Beatle Paul McCartney imiteerde
dat springerige geluidje als een onomatopee waarbij hij natuurlijk gebruik
maakt van de Engelse stand van zaken «K’tj’k.., k’tj’k..,
k’tj’k.., k’tj’k...». In
het Engels wordt de uitleidende halve groef op het ‘dead wax’-gedeelte aan het eind van de grammofoonplaat, ‘inner groove’ genoemd ofwel ‘running out groove’. |
||||
|
|
Voor deze gelegenheid wil ik het de speelse
aanduiding meegeven van EEUWIGHEIDSGROEF
omdat het in dit hoofdstuk speciaal om de aanpak gaat van
een audio-boodschap, en niet om de kale k’tj’k-leegte
aan het einde van
de plaat. Graag wil ik in twee afzonderlijke edities aandacht geven aan voorbeelden
waarin dit speelse bijkomstigheidje op grammofoonplaat is benut.
In de jaren ’60 bracht het onder de geluidstechneuten een artistieke uitdaging met
zich mee, om in een ‘spelonk’ van de vinyl-geluidsdragers iets neer te zetten
dat geheel onverwacht van zich liet horen. Er
is beweerd dat The Beatles als eerste hiermee zijn komen aanzetten en wel op
hun langspeler «Sgt. Pepper’s Lonely Heart Club Band». Wat wist
Paul McCartney een aantal jaren geleden zich nog te herinneren over die beroemde
running out groove?[i] Zijn woorden zal ik min of meer in mijn eigen bewoording samenvatten en wel als volgt. Het eindstukje bestaat uit een loop, een lus, en die hebben The Beatles in 1967 speciaal gemaakt om eens op een andere dan de gewone manier uitdrukking te geven dat een plaat afgelopen is. Dat is hun ook goed gelukt. |
|||
|
Paul McCartney refereert aan het tijdperk
waarin jonge mensen zeer geregeld bijeen kwamen om met elkaar spontaan een
feestje te bouwen en waarbij ze dan laat op de avond al goed waren ingekleurd
door een of ander roesverwekkend middeltje of anders wel door een flink
aantal glazen bier, wijn of zelfs ‘kortedrank’. Hoe dan ook, ze zakten in de
regel flink door in een mengeling van lamlendigheid, dronkenschap en
slaperigheid. De hele avond werden er vinyl-singletjes op de
pick-up gedraaid, met gevolg dat iedereen zich ofwel met muziek luisteren
bezighield of anders met dansen. Maar iedereen had wel bemoeienis met de
technische handelingen van de platenspeler en het uitzoeken van geschikte
plaatjes. De volumeknop onderwierp zich doorlopend in standen van hard naar
zacht tot heel hard, en gaarne ook gaand naar “Oh, graag wat zachter!”, zodat
mensen toch ook met elkaar konden praten. Maar het drong zich als regel wel
op, dat iedereen om de haverklap toch op moest staan om een nieuw singletje
op te zetten, dat dan weer 2 à 3 minuten hooguit speelde. Dit soort feestjes
bereikte altijd zijn punt van verzadiging en men was maar al te blij als
bleek dat de gastheer ook nog een langspeelplaat in huis te hebben. Als eerste
teken van vermoeidheid werd de rpm-schakelaar
overgezet op 33⅓. In een gevorderd stadium hing iedereen natuurlijk
half-slaperig, half-dronken of stoned in een fauteuil onderuit, en iedereen
toonde zich vaak genoeg te beroerd om die voorttikkende langspeler af te
zetten. Er zullen heel wat mensen in onderuitgezakte positie langdurig naar
dat nietszeggende k’tj’k-eeuwigheidsgroefje
hebben liggen luisteren zonder daar maar iets wijzer van te worden. Paul
McCartney zegt dat The Beatles hierop hebben ingespeeld en ze hebben er een
gedenkwaardige invulling aan willen geven, want met hun zelfgefabriceerde running out groove was iedereen
voortaan terstond wakker, Men stond tegen wil en dank op, want hoe lang was
iemand bereid om dat scherpe gekrakeel van «Nevertoseeanyotherwhy…» aan te horen? Ik
denk dat men deze ludieke audio-gesel echt niet langer dan een halve minuut
heeft willen ondergaan. En ongetwijfeld dat stoned’e mensen er al heel wat
andere dingen in begonnen te ontdekken, mits ze er maar genoeg tijd voor
kregen. In het begin werd er
door de maatschappij Parlophone nog een mono-versie van hun «Sgt. Pepper’s
Lonely Hearts Club Band» uitgebracht, met daarop eveneens aanwezig de
rumoerige running
out groove in mono. Maar die oplage verscheen enkel in Engeland
en Duitsland. En juist op die versie komt namelijk ook nog de onhoorbare
klank voor van een hondenfluitje ofwel Galtonfluitje.
Honden die in het huis verbleven waar de plaat werd gedraaid, reageerden
daar altijd heel zichtbaar op. |
||||
|
|
Beatles-muziekproducent George Martin In
verband met de toegepaste hondenfluit weidde Paul McCartney uit, dat er voor
The Beatles in de studio altijd momenten voorkwamen die van alle muzikale
productiviteit waren verstoken, maar die vervolgens uitermate zinvol door
hun heldere muziekproducent George Martin[ii]
werden opgevuld. Hij voorzag hen regelmatig van bondige, boeiende
lezinkjes over zaken die veelal betrekking hadden op al datgene wat het
viertal ten opzichte van hun eigen muziek bezig was te ontdekken en te
verfijnen, of anders nog wat daar juist aan grensde. George Martin had een
bijzonder mathematisch en wetenschappelijk inzicht, en te pas en te
onpas haakte hij op tal van onderwerpen in waar The Beatles dan open voor
stonden en waar ze ook graag meer over te weten wilden komen. Er deed zich
een situatie voor in de studio waarin George Martin met de vier in discussie
raakte over variabele frequenties in het geluidsspectrum, lopend van
hoog tot laag. Martin testte ze alle vier uit op hun gehoors- |
|||
|
waarneming van laag-, middel- en hoogliggende toonfrequenties, door gebruik te maken van een oscillator die daar dan ook stond. Martin vroeg aan ieder van hen of ze de tonen nog konden horen zolang hij de frequenties langzaam opschaalde en zeker na het moment dat hij ze zelf als oudere man al niet meer kon horen. De vier reikten vanzelfsprekend verder dan Martin zelf. The Beatles raakten door dat onbereikbare hoge toongebied uiterst geboeid, temeer ook omdat ze er zelf van konden getuigen dat het geluid i uit hun eigen gehoor ineens wegglipte. Ze besloten iets met deze vernuftige les van George Martin te doen. |
||||
|
En
dat gebeurde al in de eerstkomende langspeler waaraan ze toen werkten. Ze
gingen er van uit dat ook de luisteraars de hoge toonfrequenties op de plaat
nog zouden kunnen horen en zeker als er een hond in de buurt was. Het toegepaste
foefje zou op zijn minst direct uit de lichaamshouding van de teenganger
kunnen worden afgelezen zogauw het dier de fluittoon maar hoorde. Het
eindresultaat op plaat was een door John Lennon bedacht plannetje om
kortstondig een aangeblazen hondenfluitje van 45.000 Herz op de plaat mee
te laten klinken waar hun eigen excentrieke vocale mantra op de running out groove direct aan vastgekoppeld
zou worden. Dat hoge-toonfragmentje gold alleen maar voor de eerste mono-persing
van de lp «Sgt. Pepper’s Lonely
Heart Club Band» uit 1967. Op de vinylpersingen daarna kwam die hondenfluit
al niet meer voor, en het is mij niet bekend waarom die daarop voortaan
achterwege bleef. Paul McCartney weidde erover uit dat hun bedachte
platengrap met de running out groove
eigenlijk al niet meer werkte in de tijd met pick-ups met een automatische
afslag, dat wil zeggen, als de pick-uparm door die afslag dan ook automatisch
omhoog werd getild zogauw er een bepaald ‘dieptepunt’ op de draaitafel was
bereikt. De groefgrap bleek voor een deel nog wel te werken bij die pick-ups
waarbij de arm automatisch afsloeg, maar niét werd opgetild. In dat geval
stierf de groefgrap met de naald in een rallentando geluidsbrij af. |
||||
|
Mantra-koortje Na ruim vijftig jaar onthult McCartney dat
The Beatles met deze endless groove
aan het werk waren gegaan om het als een marginaal verrassinkje aan de luisteraar op
te dringen. Ze zochten op tal van manieren uit hoe een grammofoonplaat
in al zijn uithoeken optimaal benut kon worden tot een vernieuwend en
artistiek audiovisueel medium. Ze wilden de bestaande, afgezaagde standaard
productietechnieken zoveel mogelijk vermijden of anders flink met noviteiten
beïnvloeden. Daarom gold deze groefgrap als een marginale verrassing, want
waar stilte verwachten werd, dook opeens een hoop gekrakeel op van stemmen
die bovendien nog niet eens ophielden ook! The Beatles lieten hun vier
stemmen op een band opnemen, en afzonderlijk van elkaar verzonnen ze een
aantal onsamenhangende woorden en zinsdelen die ze allevier tegelijkertijd
voor de microfoon als een mantra’s opdreunden en herhaalden. Het ging er
vooral om dat het dwaze en onzinnige uitspraken waren. Van zijn eigen
vocabulair aandeel wist Paul McCartney zich niets meer te herinneren,
maar wel die van John Lennon naast hem, die aldoor «Cranberry sauce…, cranberry sauce…» stond uit te kramen. De
overige driekwart van het mantra-koor wist McCartney zich niet meer voor de
geest te halen. De vier muzikanten ervoeren de hyperkorte sessie met de
wirwar aan onzincommentaartjes als uitermate geestig en met gretigheid
droegen ze er zorg voor dat de klanksessie ook zijn marginaal einddoel zou
behalen in de omzetting naar vinyl-productie. Ze bezagen het als zeer vernieuwend en ook
echt ‘als uitdagend Beatles-achtig’ om dit mallotige foefje langs de keten
van audiotechnici en het standaard productieproces heen te loodsen. Uit de opgenomen
recordertape knipten ze een segmentje dat iets langer dan één seconde
duurde om daarvan begin en einde als een gesloten lus aan elkaar te plakken.
Paul McCartney herinnert zich van deze ‘zichzelf in de eigen staart bijtende’
geluidscreatie, dat het enkel nog op de bandrecorder kon worden afgespeeld
rond de blootgelegde weergavekoppen en de drukrol. Deze ‘oúrobóros’ leverde
een oneindig, zichzelf herhalend geluid op.
En dat stukje moest aan het einde van de grammofoonplaatmatrix op
een of andere manier ergens perfect sluitend worden ingebracht. Juist voordat op de grammofoonplaat de
circulatie van hun rondgaande loop
begint, valt als aanzet eerst een kort vreemd gegrinnik te horen: «Huh-huh-huh-hûhh». Dat gegrinnik is
maar één keer te horen, en allicht zit dat gegrinnik nog net buiten de
gesloten lus tussen de twee groefpieken. Want de eeuwigheidsgroef moet wel uit een
volwaardige groef bestaan met aan weerskanten een top, zodat het mogelijk
wordt dat hij op twee luidsprekers in stereo waar te nemen is. Dan volgt
onmiddellijk «Nevertoseeanyotherwhy…, nevertoseeanyotherwhy…,
nevertoseeanyotherwhy…». Ik moet erbij opmerken dat de markante kreet «Nevertoseeanyotherwhy…» niets anders is
dan een zo goed mogelijk weergegeven interpretatie van wat de meeste Beatles-luisteraars in de
uitgesproken klankenbrij menen te herkennen. Op zich is dit ook weer een
nieuw en leuk audio-experiment. We zouden in een bepaald opzicht best van
‘onomatopoësis’ kunnen spreken. Want wat er in werkelijkheid door de vier
werd gezegd, is voor niemand echt goed herkenbaar en Paul McCartney wist
voor drie-kwart zich daar niets meer van te herinneren. |
||||
|
Hieronder volgen nog andere opties om het uit te schrijven: «Never-could-see-any-other-why»…., «Never-could-be-any-other-why»….,
«Whatever-could-be-turning-other-why…..»
en ook nog «Lucy-Annie’s underwear……».[iii] Voortzetting
‘Beatlemania’ De oud-Beatle weidde nog verder uit over de korte
geschiedenis van hun running out groove.
In diezelfde dagen was iedereen in rep en roer geraakt vanwege de zich
uitbreidende speculaties via de Amerikaanse pers over de vermeende,
verzwegen en vroegtijdige ‘dood’ van Paul McCartney. Iedereen werd aangezet
om tal van Beatles-platen op hun details te gaan beluisteren en zodanig te ontleden, dat bepaalde
passages achterstevoren gedraaid, een aantal mystieke aanwijzingen
opleverde, die het heimelijke levenseinde van McCartney’s cryptsich verifieerden.
De buitenissige ontledingsaanpak op grote
schaal - ik deed een jaar na dato in 1968 er ook graag een beetje aan mee –
werd als de onmiddellijke voortzetting bestempeld van de eerdere, beruchte
‘Beatlemania’. McCartney vertelde dat er
op zekere dag iemand in zijn voordeuropening stond die het graag met hem
over de hype omtrent «Sgt. Pepper» wilde hebben. De man deelde speciaal over
de eeuwigheidsgroef
mee, dat als deze met de naald stilstaand op de plaat met de hand werd
teruggedraaid, dat er een heldere boodschap wereldkundig werd gemaakt.
McCartney antwoordde de aanbeller dat geeneen van de vier Beatles daar maar
iets voor heeft gedaan om dat als boodschap vast te leggen. McCartney sprak
zijn bezoeker tegen op grond van zijn eigen herinneringen wat hij en zijn
drie muziekmaats dan hadden beoogd en wat zij ervan hadden gemaakt. Het kwam
op hem als klinkklare onzin over wat er allemaal aan heimelijk ingebrachte
boodschappen tevoorschijn kwam, zowel gewoon afgespeeld, als widdershins [tegen de richting van de
tijd in]. Maar de figuur bij de voordeur hield voet bij stuk dat het wel
allemaal zo klonk als hij zonet had verkondigt! Hij stelde McCartney in aller
vriendelijkheid voor om samen met hem
de bepaalde platen op bepaalde tracks te beluisteren en op waarheid te onderzoeken.
En dat gebeurde ook. De plaat werd met versterking opgezet zonder inschakeling
van de rotoraandrijving. Ze manœuvreerden de plaat terug met de hand, zodat
heel wat tegendraadse geluiden hoorbaar werden. De boodschap die volgens de
aanbeller suggestief op de plaat achteraan te beluisteren viel, was «We’ll
fuck you like supermen». Paul McCartney, die aandachtig meeluisterde,
reageerde dat het iets belachelijks had om in al dat geroezemoes wat hij aanhoorde,
te beweren dat The Beatles juist die boodschap er bewust in zouden hebben
gelegd. Paul gaf speels toe dat iemand zeker die uitgesproken zin ervan kon
maken, indien hij dat graag wilde, maar de oud-Beatle bleef bij zijn
bewering dat het absolute onzin is ervan uit te gaan dat The Beatles het ook
zo hebben bedoeld.[iv] Omtrent de Beatles-eeuwigheidsgroef zijn natuurlijk heel wat leuke, maar ook absurde
speculaties ontstaan. Zo stelde men
dat het urenlang achtereen repeteren van de ijselijke klankreeks, deze deed
uitgroeien tot een oosterse mantra zoals in de wereld der yogi gebruikelijk
is te doen laten klinken. De speculatieve betekenis van de woordverklanking
verlegt zich telkens naar anders intonerende beklemtoningen naarmate men
het allemaal vaker aanhoort en dieper op zich in laat werken. Het laat zien
dat binnen de mens heel wat mentale tendenties en condities worden
geactiveerd, want een luisteraar zal er ook inleggen wat hij er maar graag
in horen wìl. Ja, gelijk een visuele Rorschach-test. Het is als bij het
meditatief luisteren naar een tikkend polshorloge aan het oor of een
tikkende wekker aan de bedrand. Men verlaat zich geheel vrij op het eigen
gehoor en het duurt niet lang of er ontstaat in de geest van de luisteraar
een diversiteit aan ritmestructuren met wisselende accenten en interpuncties,
die zelfs onbedoeld steeds een nieuwe metriek zal suggereren. Op zich is
dat wel heel magnifiek! Maar die metriek wordt
niet als vanzelfsprekend door het tikgeluid van het radermechaniek binnenin
het uurwerk gegenereerd. Die komen als mentale
conditioneringen bij de toehoorder vrij. Als ‘tikkende engelen’, zeg maar.
De luisteraar zelf legt er vrijelijk patronen in die
hij vanuit het eigen onderbewuste ook wil horen. Iets van hetzelfde vond
plaats bij het ontwaren van een (widdershins)
boodschap in de running out
groove van The Beatles. |
||||
|
Aankloppen op de deur van de Om een eeuwigheidgroef op een
grammofoonplaat te zetten, moest een producer of een muzikant eigenhandig op
de deur aankloppen bij de eindgraveur, die als taak had het eindresultaat van het
geluid dat op grammofoonplaat verschenen moest, in het allerlaatste stadium nog eens geheel
te master’en. Technisch had hij feitelijk een dubbelfunctie. Officieel omschreef men
hem als ‘mastering & lacquer-cutting engineer’. Hij maakte zowel de eindbalans op van het geluid dat op elpee moest verschijnen, alsook
een allereerste stap naar de mechanische
reproductie van vinylplaten. Na al de geluids- en opnametechnici, producers, arrangeurs en
zo meer, eindigde bij hem de eerste lijn van de audio-produktie. Alvorens hij overging om
de definitieve codering van het geluid met een ‘disc cutting lathe’ (draaibank) en
een ‘stylus’ (griffel) in een matrixplaat in te laten snijden, controleerde
en corrigeerde hij als
subjectieve ‘master’-technicus op zijn eigen gehoor andermaal de kwaliteit van het
totaalgeluid. Het is tijdens dit
eindstadium van ‘mastering’, dat iemand met zijn zelfgefabriceerde ‘loop’ (gelust tapesegment met
weergave-apparatuur) bij hem moest binnenstappen, om zijn wens kenbaar te maken,
dat hij aan het ‘dead wax’-gedeelte van de matrixplaat graag een stukje geluid extra
wilde toevoegen. Waarschijnlijk is het Paul McCartney geweest die met zijn ‘loop’ bij
eindgraveur George Peckham in Savile Row
binnen is komen lopen. De graveur is ook degene
die zijdelings bepaalde uniciteitscodes in de matrixplaat graveert en soms zet hij er een
eigen signatuur bij. Hij is de laatste die kan regelen dat aan het einde van het lege
‘deadwax’-gedeelte op één plaatkant een stukje geluid extra kan worden ingegraveerd. Eén rondgang van een
binnenin liggende eindgroef bij de omloopsnelheid van 33⅓ r.p.m.
duurt 1,8 seconde.
Binnen die omlooptijd moest het audiofragment op die plek worden gefabriceerd. Het
behoort zeker niet tot standaardhandeling van een technicus, ondanks het feit dat het onder
geluidstechneuten een aparte niche met de artistieke uitdaging vormde, om in deze ‘spelonk’ van
de vinyl-geluidsdrager iets te construeren dat onverwachts een uniek geluid liet horen. |
|
|||
|
|
Feitelijk is de pick-upnaald door een ‘stylus’ (griffel) wordt |
|
||
|
Technische afstelling van
draaitafel ten opzichte van pick-up arm met
naald
Enkele technische
opmerkingen tot besluit zijn nodig om het verschijnsel van de EEUWIGHEIDSGROEF beter inzichtelijk
te maken.
Want
zo’n audiofoefje was natuurlijk hartstikke leuk, maar
wat konden studiotechnici in de eindjaren ’60 precies verwachten van de verschillende
types platenspelers die toen onder het grote publiek al gangbaar waren? Want evenzogoed
kon een aanwezige EEUWIGHEIDSGROEF niet worden waargenomen. De geluidstechnici uit
de platenindustrie moesten in dat opzicht met drie mogelijkheden rekening houden, die
voor een toenmalige platenspeler annex pick-uparm konden golden: 1.
de pick-up arm van de platenspeler liep op het centrum
van de grammofoonplaat toe en bij een bepaald bereik daarheen, sloeg de aandrijfmotor
van de draaitafel af, met gevolg dat het nog aanwezige geluid in een brij verzandde
van rallentando-tot-nul. Dan pas werd het stil. 2.
de pick-up arm van de platenspeler kon geheel tot aan
het binneneinde van de grammofoonplaat
doorlopen zònder dat er een punt werd bereikt waardoor de draaitafel afsloeg. In dit geval
werkte de EEUWIGHEIDSGROEF optimaal. Feitelijk was de ‘endless groove’ voor deze
situatie bedoeld. 3.
er was de mogelijkheid aanwezig van een automatische
armbeweging met afslag, die ervoor zorgde dat de arm
niet eens meer behoefde te worden aangeraakt, maar volledig automatisch omhoogsprong
en naar het beginpunt van de langspeler werd geleid door een ingebouwd liftsysteempje.
Zo gauw de pick-up arm + naald het einde van het muziekgedeelte naderde, werd de pick-up
arm automatisch opgetild en werd de naald door het automatisch werkende liftje uit de
groef omhoog getrokken en werd het stil. De ‘endless groove’ werd niet eens bereikt of
opgemerkt. |
|
De eeuwigheidsgroef van The Beatles werd op Omroep
Zeeland Radio niet besproken, maar hij
was wel te horen op zondagochtend 6 november 2005 De tekst haakt ook
in op een hoofdstuk uit het grote boek Tekst gelezen en je wilt een reactie
geven…, dat kan |
NOTEN
[ii] George Martin, geb. 1926 – overl.
2016
MEER SCHRIJFONDERWERPEN
(allemaal onderling verbonden)
VOOR MEER
SCHRIJVERSONDERWERPEN KLIK HIER