Schrijversonderwerp 4 – 26 mei 2023

 

 

DEEL 1

 

 

 

 

 

 

T H E   B E A T L E S

 

 

In een andere toekomstige tekst over The Beatles en hun ‘Butchers cover’ weid ik uit over een onstuimige

kant, waarin The Beatles zich halverwege de jaren ’60 meer hebben laten kennen. Een onstuimigheid waarvan

men beweert, dat die het luisterpubliek nogal wat te denken heeft gegeven. Vooral in Amerika.

De oorzaak daarvan zou hebben gelegen in het gegeven dat het viertal uit Liverpool zich indertijd te vaak

geïsoleerd heeft gevoeld in het maken van muziek en het stukslaan van de tijd in
de geluidsstudio’s van de Londense muziekwereld.

 

Die ommekeer schijnt door het verschijnsel ‘Beatlemania’ te zijn ontstaan. Voor hen betekende het dat ze
eigenlijk niet meer vrijelijk buiten konden komen, en meer nog, dat ze niet meer live konden optreden.
Het gevolg was een zelfverkozen internering in de studio’s waarin ze dan wel hun werk volop konden

uitoefenen, maar waar ze blijkbaar ook fors werden gedomineerd door intern aanwezige machthebbende

partijen, die het viertal garandeerden dat ze hun uitzonderlijke succesformule als beatband konden

vervolgen. Zo was het tijdens fotosessies al opgevallen, dat The Beatles er echt al meer
dan genoeg van hadden om alleen maar te mogen ‘opzitten en pootjes geven’.

 

Met het kakofonische woordenbeeld in rode letters hieronder haalden The Beatles een ander

aspect van onstuimigheid uit hun kast, door steeds meer met geluid te willen experimenteren.

 

 

door Phons Bakx

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beluister klik hier de EEUWIGHEIDSGROEF van Sgt. Pepper…

(op drie verschillende manieren te horen)

 

Bent u bekend met de bovenstaande, markante, zich herhalende

Engels-aandoende mantra-klankreeks? Op de Beat­les-lang­speler «Sgt. Pepper’s

Lonely Heart Club Band» staat op de tweede kant ter afslui­ting van de hele elpee

een mini-fragment met een mysterieuze boodschap in de tijds­duur van 1,8 seconde.

Over dat groefraadsel wil ik (in de hoedanigheid als ‘niche-antropoloog’) graag iets uitleggen.

 

 

Dat geluidsfrag­ment bevindt zich op de plek waar gewoonlijk de uitleidende spiraal­groef van de gram­mo­foonplaat over­gaat

in de sluitlus, precies op de plek waar die zowel begint als eindigt en waar bij elke ronde de naald heel even over de minuscule

verho­ging moet heen­­huppelen. Dat spron­­getje van de naald over de groef horen we eigenlijk alleen maar door tussenkomst van de elek­trotechnische ver­ster­king van het naaldele­ment: «K’tj’k..., k’tj’k…, k’tj’k..., k’tj’k..., k’tj’k…».   

Goed begrijpen dat het nog om een tijdvak ging met platen­spe­lers zonder een automatische afslag. Oud-Beatle Paul McCart­ney

imiteerde dat sprin­­ge­rige geluidje als een onomatopee waarbij hij natuurlijk ge­bruik maakt van de Engelse stand van zaken
binnen zijn mondholte en dictie:
«C’chug.., c’chug.., c’chug.., c’chug..» –  In het Nederlands verdunnen wij dat algauw tot:

«K’tj’k.., k’tj’k.., k’tj’k.., k’tj’k...».

In het Engels wordt de uitleidende halve groef op het ‘dead wax’-gedeelte aan het eind van de grammofoonplaat, ‘inner groove’ genoemd ofwel ‘running out groo­ve’.

 

Voor deze gelegenheid wil ik het de speelse aanduiding meegeven van

EEUWIGHEIDSGROEF omdat het in dit hoofdstuk speciaal om de aanpak gaat

van een audio-bood­schap, en niet om de kale k’tj’k-leeg­te aan het ein­­de

van de plaat. Graag wil ik in twee afzonderlijke edities aandacht geven aan

voorbeelden waarin dit speel­se bijkom­stig­­heidje op grammofoon­plaat is

be­nut. In de jaren ’60 bracht het onder de geluidstechneuten een artistieke uitdaging met zich mee, om in een ‘spelonk’ van de vinyl-geluidsdragers iets neer te zetten dat geheel onverwacht van zich liet horen. Er is beweerd dat The Beat­les als eerste hiermee zijn komen aan­zet­ten en wel op hun lang­speler «Sgt. Pep­per’s Lonely Heart Club Band». Wat wist Paul McCartney een aantal jaren ge­leden zich nog te herinneren over die be­roem­de run­ning out groove?[i]

Zijn woor­den zal ik min of meer in mijn eigen bewoor­ding samenvatten en wel als volgt. Het eind­stukje bestaat uit een loop, een lus, en die hebben The Beat­les in 1967 speciaal gemaakt om eens op een andere dan de ge­wone manier uit­drukking te geven dat een plaat afge­lopen is. Dat is hun ook goed gelukt.

Paul McCart­ney refe­reert aan het tijdperk waarin jonge men­sen zeer ge­regeld bijeen kwamen om met elkaar spontaan een feest­je te bouwen en waar­bij ze dan laat op de avond al goed waren inge­kleurd door een of ander roesverwekkend middel­tje of an­ders wel door een flink aantal glazen bier, wijn of zelfs ‘kortedrank’. Hoe dan ook, ze zakten in de regel flink door in een mengeling van lam­len­digheid, dron­ken­schap en slaperigheid.

De hele avond werden er vinyl-singletjes op de pick-up gedraaid, met gevolg dat iedereen zich ofwel met muziek luisteren bezighield of anders met dansen. Maar iedereen had wel bemoeienis met de technische hande­lingen van de platen­speler en het uitzoeken van geschikte plaatjes. De volumeknop onderwierp zich door­lo­pend in standen van hard naar zacht tot heel hard, en gaarne ook gaand naar “Oh, graag wat zachter!”, zodat mensen toch ook met elkaar konden pra­ten. Maar het drong zich als regel wel op, dat iedereen om de haver­klap toch op moest staan om een nieuw sing­letje op te zet­ten, dat dan weer 2 à 3 minuten hooguit speelde. Dit soort feestjes bereikte altijd zijn punt van ver­za­diging en men was maar al te blij als bleek dat de gastheer ook nog een lang­speelplaat in huis te hebben. Als eer­ste teken van ver­moeidheid werd de rpm-schakelaar overgezet op 33⅓. In een gevorderd stadium hing iedereen natuurlijk half-slaperig, half-dron­ken of stoned in een fauteuil onder­uit, en ieder­een toonde zich vaak genoeg te beroerd

om die voorttikkende lang­speler af te zetten. Er zullen heel wat men­sen in onderuitgezakte positie langdurig naar dat niets­zeg­gende k’tj’k-eeuwigheidsgroefje heb­ben liggen luisteren zonder daar maar iets wij­zer van te worden. Paul McCartney zegt dat The Beatles hierop hebben ingespeeld en ze hebben er een gedenkwaardige invulling aan willen geven, want met hun zelfge­fa­briceerde running out groove was ieder­een voortaan ter­stond wakker, Men stond tegen wil en dank op, want hoe lang was iemand bereid om dat scherpe ge­­krakeel van «Neverto­see­any­other­why…» aan te horen? Ik denk dat men deze ludieke audio-gesel echt niet langer dan een halve minuut heeft willen on­der­­gaan. En ongetwijfeld dat stoned’e mensen er al heel wat andere dingen in begonnen te ontdekken, mits ze er maar genoeg tijd voor kregen.

 

In het begin werd er door de maatschappij Parlophone nog een mono-ver­sie van hun «Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band» uitgebracht, met daarop eveneens aanwezig de rumoerige running out groove in mono. Maar die oplage verscheen enkel in

Engeland en Duits­land. En juist op die ver­sie komt namelijk ook nog de onhoorbare klank voor van een honden­fluitje ofwel

Galton­fluitje. Honden die in het huis verble­ven waar de plaat werd gedraaid, reageerden daar altijd heel zichtbaar op.

 

 

Sir George Martin in 2006

Beatles-muziekproducent George Martin
(foto:2006,  Adamsharp / Eigen werk, CC BY-SA 3.0)

 

 

In verband met de toegepaste hondenfluit weid­­de Paul Mc­Cart­ney uit, dat er voor The Beatles in de studio al­tijd mo­menten voorkwamen die van alle mu­zikale productiviteit waren verstoken, maar die vervolgens uitermate zin­vol door hun heldere muziek­produ­cent George Mar­­­­tin[ii] werden opgevuld. Hij voorzag hen regel­ma­­tig van bondige, boeiende lezinkjes over zaken die veelal betrekking hadden op al datgene wat het viertal ten op­zichte van hun eigen muziek bezig was te ontdekken en te verfijnen, of anders nog wat daar juist aan grensde. George Martin had een bijzonder ma­the­­matisch en we­ten­schappelijk inzicht, en te pas en te onpas haakte hij op tal van onder­werpen in waar The Beatles dan open voor stonden en waar ze ook graag meer over te weten wil­den komen. Er deed zich een situatie voor in de studio waarin George Martin met de vier in discussie raakte over va­ria­bele ­fre­quen­­ties in het geluidsspectrum, lopend van hoog tot laag. Martin testte ze alle vier uit op hun gehoors-

waarneming van laag-, middel- en hoog­lig­gen­de toon­frequen­ties, door gebruik te maken van een os­cil­lator die daar dan ook stond. Martin vroeg aan ieder van hen of ze de tonen nog kon­den horen zolang hij de frequenties lang­zaam op­schaalde en zeker na het moment dat hij ze zelf als oudere man al niet meer kon horen. De vier reikten van­zelfsprekend verder dan Martin zelf. The Beatles raak­ten door dat onbe­reikbare hoge toongebied uiterst geboeid, temeer ook omdat ze er zelf van konden getui­gen dat het geluid i uit hun eigen gehoor ineens wegglipte. Ze beslo­ten iets met deze vernuftige les van George Martin te doen.

 

En dat gebeurde al in de eerst­ko­men­de lang­speler waaraan ze toen werkten. Ze gingen er van uit dat ook de luisteraars de hoge toonfrequenties op de plaat nog zouden kunnen horen en zeker als er een hond in de buurt was. Het toe­gepaste foefje zou op zijn minst direct uit de lichaams­­houding van de teenganger kunnen worden afgelezen zogauw het dier de fluittoon maar hoorde. Het eindresultaat op plaat was een door John Lennon bedacht plannetje om kortstondig een aange­blazen hon­den­fluitje van 45.000 Herz op de plaat mee te laten ­klin­ken waar hun eigen excentrieke vocale mantra op de running out groove direct aan vast­gekoppeld zou worden. Dat hoge-toonfragmentje gold alleen maar voor de eerste mono-per­sing van de lp «Sgt. Pep­per’s Lonely Heart Club Band» uit 1967. Op de vinyl­persingen daarna kwam die hondenfluit al niet meer voor, en het is mij niet bekend waarom die daarop voortaan achterwege bleef. 

Paul McCartney weidde erover uit dat hun bedachte platengrap met de running out groo­­­­ve eigenlijk al niet meer werkte in de tijd met pick-ups met een automatische afslag, dat wil zeggen, als de pick-uparm door die afslag dan ook automatisch om­hoog werd getild zogauw er een be­paald ‘dieptepunt’ op de draaitafel was bereikt. De groef­grap bleek voor een deel nog wel te werken bij die pick-ups waarbij de arm automa­tisch afsloeg, maar niét werd opgetild. In dat geval stierf de groefgrap met de naald in een

rallen­tando geluidsbrij af.

 

 

 

Mantra-koortje

Na ruim vijftig jaar onthult McCartney dat The Beatles met deze endless groo­ve aan het werk waren gegaan om het als een

marginaal verras­sinkje aan de luisteraar op te dringen. Ze zochten op tal van ma­nie­ren uit hoe een gram­mo­­foon­plaat in al zijn uithoeken optimaal benut kon worden tot een ver­nieu­wend en artistiek audiovisueel medium. Ze wil­den de bestaande, afgezaagde standaard productie­technieken zoveel mogelijk vermijden of anders flink met noviteiten beïnvloeden. Daar­om gold deze groef­grap als een marginale verrassing, want waar stilte ver­wach­ten werd, dook opeens een hoop gekrakeel op van stem­­men die bovendien nog niet eens ophielden ook! The Beat­les lieten hun vier stemmen op een band opnemen, en afzonderlijk van elkaar verzon­nen ze een aantal onsamenhangende woorden en zinsdelen die ze allevier tege­lijkertijd voor de microfoon als een mantra’s opdreunden en herhaalden. Het ging er vooral om dat het dwa­ze en onzinnige uitspraken waren. Van zijn eigen vocabulair aandeel wist Paul

McCart­ney zich niets meer te herinneren, maar wel die van John Lennon naast hem, die aldoor «Cranberry sauce…, cranberry sauce…» stond uit te ­kra­men. De overige driekwart van het mantra-koor wist McCartney zich niet meer voor de geest te ha­len. De vier muzikanten ervoeren de hyperkorte sessie met de wirwar aan onzincommen­taartjes als uitermate geestig en met gretig­heid droegen ze er zorg voor dat de klanksessie ook zijn marginaal eind­doel zou behalen in de omzetting naar vinyl-productie.

Ze bezagen het als zeer vernieuwend en ook echt ‘als uitdagend Beatles-ach­tig’ om dit mal­lo­tige foefje langs de keten van audio­technici en het standaard productieproces heen te loodsen. Uit de opgenomen recordertape knipten ze een seg­mentje dat iets langer dan één secon­de duurde om daarvan begin en einde als een gesloten lus aan elkaar te plakken. Paul McCartney herinnert zich van deze ‘zichzelf in de eigen staart bijtende’ geluidscreatie, dat het enkel nog op de bandre­corder kon worden afgespeeld rond de blootgelegde weergavekoppen en de druk­rol. Deze ‘oúrobóros’ leverde een oneindig, zichzelf herhalend geluid op. En dat stukje moest aan het einde van de gram­mo­foon­plaat­ma­trix op een of andere manier ergens perfect slui­tend worden in­ge­­bracht.

 

Juist voordat op de grammofoonplaat de circulatie van hun rond­­gaan­de loop be­gint, valt als aanzet eerst een kort vreemd ge­grinnik te horen: «Huh-huh-huh-hûhh». Dat gegrinnik is maar één keer te horen, en allicht zit dat gegrinnik nog net buiten de gesloten lus tussen de twee groefpieken. Want de eeuwigheidsgroef moet wel uit een volwaardige groef bestaan met aan weerskanten een top, zodat het mogelijk wordt dat hij op twee luidsprekers in stereo waar te nemen is. Dan volgt onmiddellijk «Neverto­see­any­ot­h­er­­why…, never­to­see­any­other­why…, neverto­see­any­other­why…».

Ik moet erbij opmerken dat de markante kreet «Never­to­seeany­other­why…» niets anders is dan een zo goed mogelijk weerge­geven

in­ter­­pretatie van wat de meeste Beatles-luisteraars in de uitgesproken klan­­kenbrij menen te herkennen. Op zich is dit ook weer een nieuw en leuk audio-experiment. We zouden in een bepaald opzicht best van ‘onomato­poësis’ kunnen spreken. Want wat er in wer­ke­lijkheid door de vier werd ge­zegd, is voor niemand echt goed herkenbaar en Paul McCartney wist voor drie-kwart zich daar niets meer van te her­inneren.

 

Hieronder volgen nog andere opties om het uit te schrijven:

 

«Never-could-see-any-other-why»….,

«Never-could-be-any-other-why»….,

«What­ever-could-be-tur­ning-other-­why…..» en ook nog

«Lucy-Annie’s un­der­­wear……».[iii]

 

Voortzetting ‘Beatlemania’

 

De oud-Beatle weidde nog verder uit over de korte geschiedenis van hun running out groove. In diezelfde dagen was iede­reen in

rep en roer geraakt vanwege de zich uitbreidende spe­culaties via de Ame­­ri­kaanse pers over de vermeende, verzwegen en vroegtijdige ‘dood’ van Paul McCart­ney. Iedereen werd aangezet om tal van Beat­les-platen op hun details te gaan beluisteren

en zodanig te ont­leden, dat bepaalde passages achterstevoren gedraaid, een aantal mys­tie­ke aan­­wij­zingen opleverde, die het heimelijke levenseinde van McCart­ney’s cryptsich verifieerden.

De buitenis­sige ontledingsaanpak op grote schaal - ik deed een jaar na dato in 1968 er ook graag een beetje aan mee – werd als de onmiddellijke voort­zetting bestempeld van de eer­dere, beruchte ‘Beat­le­ma­nia’. McCartney vertelde dat er op zekere dag iemand in zijn voor­deuropening stond die het graag met hem over de hype omtrent «Sgt. Pep­per» wilde hebben. De man deelde speciaal over de eeuwigheidsgroef mee, dat als deze met de naald stilstaand op de plaat met de hand werd teruggedraaid, dat er een heldere bood­schap wereldkundig werd gemaakt. McCart­ney antwoordde de aanbeller dat geeneen van de vier Beatles daar maar iets voor heeft gedaan om dat als bood­schap vast te leggen. McCartney sprak zijn bezoeker tegen op grond van zijn eigen herin­ne­ringen wat hij en zijn drie muziekmaats dan hadden beoogd en wat zij ervan hadden gemaakt. Het kwam op hem als klinkklare onzin over wat er allemaal aan heime­lijk ingebrachte boodschappen tevoor­schijn kwam, zowel ge­woon afgespeeld, als widdershins [tegen de richting van de tijd in]. Maar de figuur bij de voordeur hield voet bij stuk dat het wel allemaal zo klonk als hij zonet had verkondigt! Hij stelde McCartney in aller vriendelijkheid voor om samen met  hem de bepaalde platen op bepaal­de tracks te beluisteren en op waarheid te onder­zoeken. En dat gebeur­de ook. De plaat werd met verster­king opge­zet zonder in­scha­keling van de rotoraandrijving. Ze manœu­vreerden de plaat terug met de hand, zodat heel wat tegen­draadse geluiden hoorbaar werden. De bood­schap die volgens de aanbeller sug­gestief op de plaat achteraan te belui­s­teren viel, was «We’ll fuck you like supermen». Paul McCart­ney, die aandachtig mee­luisterde, reageerde dat het iets belachelijks had om in al dat geroeze­moes wat hij aan­hoor­de, te beweren dat The Beatles juist die bood­schap er bewust in zouden hebben gelegd. Paul gaf speels toe dat iemand zeker die uit­gesproken zin er­van kon ma­ken, indien hij dat graag wilde, maar de oud-Beatle bleef bij zijn bewering dat het abso­lute onzin is ervan uit te gaan dat The Beatles het ook zo hebben bedoeld.[iv]

 

Omtrent de Beatles-eeuwigheidsgroef zijn natuurlijk heel wat leuke, maar ook absurde speculaties ontstaan. Zo stelde men dat het urenlang achtereen repeteren van de ijselijke klankreeks, deze deed uit­groeien tot een oosterse mantra zoals in de wereld der yogi gebrui­kelijk is te doen laten klinken. De speculatieve bete­kenis van de woordverklanking verlegt zich telkens naar anders into­nerende be­klem­­toningen naarmate men het allemaal vaker aan­hoort en dieper op zich in laat werken. Het laat zien dat binnen de mens heel wat men­tale tendenties en condities worden geactiveerd, want een luis­teraar zal er ook inleggen wat hij er maar graag in horen wìl. Ja, gelijk een visuele Ror­schach-test. Het is als bij het meditatief luisteren naar een tik­kend polshorloge aan het oor of een tikkende wekker aan de bedrand. Men verlaat zich geheel vrij op het eigen gehoor en het duurt niet lang of er ont­staat in de geest van de luisteraar een diver­si­teit aan ritme­structuren met wisselende accenten en inter­puncties, die zelfs onbedoeld steeds een nieuwe metriek zal sug­ge­­reren. Op zich is dat wel heel magnifiek!

Maar die metriek wor­dt niet als vanzelfsprekend door het tikgeluid van het rader­mechaniek bin­nenin het uurwerk gegenereerd.

Die komen als men­tale conditio­neringen bij de toehoorder vrij. Als ‘tikkende engelen’, zeg maar. De luisteraar zelf legt er vrije­lijk

pa­tro­nen in die hij vanuit het eigen onderbewuste ook wil horen. Iets van hetzelfde vond plaats bij het ont­wa­ren van een (widdershins) bood­schap in de run­ning out groove van The Beatles.

 

 

 

Aankloppen op de deur van de
‘master’-technicus en eindgraveur

 

  Om een eeuwigheidgroef op een grammofoonplaat te zetten, moest een producer of een

  muzikant eigenhandig op de deur aankloppen bij de eindgraveur, die als taak had het

  eindresultaat van het geluid dat op grammofoonplaat verschenen moest, in het allerlaatste

  stadium nog eens geheel te master’en. Technisch had hij feitelijk een dubbelfunctie.

  Officieel omschreef men hem als ‘mastering & lacquer-cutting engineer’. Hij maakte zowel

  de eind­balans op van het geluid dat op elpee moest verschijnen, alsook een allereerste

  stap naar de mechanische reproductie van vinylplaten. Na al de geluids- en opnametechnici,

  producers, arrangeurs en zo meer, eindigde bij hem de eerste lijn van de audio-produktie.

  Alvorens hij overging om de definitieve codering van het geluid met een ‘disc cutting

  lathe’ (draaibank) en een ‘stylus’ (griffel) in een matrixplaat in te laten snijden, contro­­leerde

  en corrigeerde hij als subjectieve ‘master’-technicus op zijn eigen gehoor andermaal

  de kwaliteit van het totaalgeluid.

  Het is tijdens dit eindstadium van ‘mastering’, dat iemand met zijn zelfgefabriceerde ‘loop’

  (gelust tapesegment met weergave-apparatuur) bij hem moest binnenstappen, om zijn

  wens kenbaar te maken, dat hij aan het ‘dead wax’-gedeelte van de matrix­plaat graag een

  stukje geluid extra wilde toevoegen. Waarschijnlijk is het Paul McCartney geweest die met

   zijn ‘loop’ bij eindgraveur George Peckham in Savile Row  binnen is komen lopen.

  De graveur is ook degene die zijdelings bepaalde uniciteitscodes in de matrixplaat graveert

  en soms zet hij er een eigen signatuur bij. Hij is de laatste die kan regelen dat aan het einde

  van het lege ‘deadwax’-gedeelte op één plaatkant een stukje geluid extra kan worden

  ingegraveerd.

  Eén rondgang van een binnenin liggende eindgroef bij de omloopsnelheid van 33⅓ r.p.m.

  duurt 1,8 seconde. Binnen die omlooptijd moest het audiofragment op die plek worden

  gefabriceerd. Het behoort zeker niet tot standaardhandeling van een technicus, ondanks het

  feit dat het onder geluidstechneuten een aparte niche met de artistieke uitdaging vormde,

  om in deze ‘spelonk’ van de vinyl-geluidsdrager iets te construeren dat onverwachts een

  uniek geluid liet ho­ren.

 

 

 

 

File:Neumann VMS-70 Cutting Lathe.png

 

 

 

 

Feitelijk is de pick-upnaald
op onze platenspeler de
directe decodering van wat
hier in de ‘disc cutting lathe’
(insnijdraaibank) als codering

door een ‘stylus’ (griffel) wordt
ingesneden.

 

 

 

 

 

                   Technische afstelling van draaitafel ten

                   opzichte van pick-up arm met naald

 

  Enkele technische opmerkingen tot besluit zijn nodig om het verschijnsel van de  

  EEUWIGHEIDSGROEF beter inzichtelijk te maken. Want zo’n audiofoefje was natuurlijk

  hartstikke leuk, maar wat konden studiotechnici in de eindjaren ’60 precies verwachten

  van de verschillende types platenspelers die toen onder het grote publiek al gangbaar   

  waren? Want evenzogoed kon een aanwezige EEUWIGHEIDSGROEF niet worden waargenomen.

  De geluidstechnici uit de platenindustrie moesten in dat opzicht met drie mogelijkheden

  rekening houden, die voor een toenmalige platenspeler annex pick-uparm konden golden:

 

 

1.   de pick-up arm van de platenspeler liep op het centrum van de grammofoonplaat

toe en bij een bepaald bereik daarheen, sloeg de aandrijfmotor van de draaitafel af,

met gevolg dat het nog aanwezige geluid in een brij verzandde van rallentando-tot-nul.

Dan pas werd het stil.

 

2.   de pick-up arm van de platenspeler kon geheel tot aan het binneneinde van de

  grammofoonplaat doorlopen zònder dat er een punt werd bereikt waardoor de draaitafel

  afsloeg. In dit geval werkte de EEUWIGHEIDSGROEF optimaal. Feitelijk was de ‘endless

  groove’ voor deze situatie bedoeld.

 

3.   er was de mogelijkheid aanwezig van een automatische armbeweging met afslag, die

  ervoor zorgde dat de arm niet eens meer behoefde te worden aangeraakt, maar volledig

  automatisch omhoogsprong en naar het beginpunt van de langspeler werd geleid door een

  ingebouwd liftsysteempje. Zo gauw de pick-up arm + naald het einde van het muziekgedeelte

  naderde, werd de pick-up arm automatisch opgetild en werd de naald door het automatisch

  werkende liftje uit de groef omhoog getrokken en werd het stil. De ‘endless groove’ werd

  niet eens bereikt of opgemerkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 De eeuwigheidsgroef van The Beatles werd op Omroep Zeeland Radio niet

besproken, maar hij was wel te horen op zondagochtend 6 november 2005
 in de programmareeks over jongerencultuur «Een de jonge Zeeuw», Deel 7]
                     

De tekst haakt ook in op een hoofdstuk uit het grote boek
‘Eens de jonge Zeeuw’, Deel 3 - p. 1105 -1110

 

 

Tekst gelezen en je wilt een reactie geven…, dat kan
phonsbakx@gmail.com

 

 

 

NOTEN

 



[i]You Gave Me The Answer’, Sgt. Pepper Special – interview met P.McC op ‘Paul

              McCartneys Official Website’ / 25 mei 2017

[ii] George Martin, geb. 1926 – overl. 2016

[iii] YouTube / rjciccone, 13 mei 2009 The Beatles - Sgt Pepper's Inner Groove (first

   forwards, then backwards)

[iv] ‘You Gave Me The Answer’ – Sgt. Pepper Special – gesprek met Paul McCartney,

                25 mei 2017 // ook informatie verkregen uit: YouTube / rjciccone, 13 mei 2009 –

   The Beatles - Sgt Pepper's Inner Groove (first forwards, then backwards)

 

 

MEER SCHRIJFONDERWERPEN
(allemaal onderling verbonden)

VOOR MEER SCHRIJVERSONDERWERPEN KLIK HIER